Details
ObjectnummerN1167
TitelVolmodel van het ms 'Marne Lloyd', van Nedlloyd Lijnen B.V.
Vervaardiger N.V. v/h Fa C. Dubbelman (modelbouwer)
BeschrijvingVolmodel in vitrine, schaal 1:100. Het model van de ‘Marne Lloyd’ heeft een rood onderwaterschip met een witte bies rond de waterlijn en een verder grijze romp en zwarte dekken. Aan weerszijden van de bak en de achterplecht staat de naam van het schip; ‘Marne Lloyd’ in geel, aan de achterplecht nog voorzien van de thuishaven van het schip: ‘Rotterdam’. Het model heeft een enkele, vierbladige schroef met daarachter een enkel roer. Aan beide zijden van de romp is ter hoogte van de accommodatie de statietrap afgevierd. Het model heeft zes luiken, twee achter en vier voor de accommodatie, waarvan het eerste luik zich op de bak bevindt. Op de bak vinden we verder het metaalkleurige ankerspil met verhaalkoppen en de twee ankerkettingen die naar de grijs geverfde ankers in de kluisgaten lopen. Op de bak vinden we bovendien verschillende metaalkleurige bolders voor het beleggen van het meergerei, een kleine mast, met een in de top gehesen lantaarn, en een kast met daaraan een standaard voor de scheepsbel. Voorts nog bakken met opgeschoten touwwerk en op de voorplecht een vlaggenmast met de Nederlandse driekleur.
Het model heeft vier donkergeel geschilderde masten, drie voor en één achter de accommodatie. Voor en achter de accommodatie staan ook een paar paalmasten, elk met een laadboom. Alle laadbomen zijn ook geel geschilderd. De masten drie en vier hebben één zware spier, mast twee heeft twee zware spieren. Hierdoor kunnen luik twee en vijf elk door één zware ladingspier worden bediend, en luik drie door twee zware spieren. Op het model zijn die twee zware spieren van luik drie naar stuurboord uitgezwaaid, met daaraan een hijsframe met een 170 tons last in de vorm van een grote onregelmatig gevormde container. Alle luikhoofden worden afgedekt door zilverkleurige luiken van het MacGregor patent met in de lengterichting van het schip ruimte om de afgenomen luiken te bergen. De laadbomen zijn voorzien van de complete tuigage van geien, repen en hangers en voorzien van metaalkleurige lieren.
Het model heeft een witte accommodatie met houten dekken en met een enkele zwarte schoorsteen. Aan weerszijden van die schoorsteen bevindt zich een blauwe ruit met daarin in het wit de letters ‘NLL’ van ‘Nedlloyd Lijnen’. Op het sloependek bevindt zich aan beide zijden een stel davits met een witte reddingsboot met houten binnenwerk. En op het dekhuis op het kampanjedek bevindt zich ook nog een stel davits met dezelfde reddingboten voor een totaal van vier. Op dat dekhuis is ook de reserve schroef vastgesjord. Op verschillende plaatsen op het kampanjedek staan bakken met opgeschoten touwwerk klaar. Op het achterdek staan verder twee verhaallieren en er staan op diverse plaatsen bolders voor het beleggen van het meergerei. Het model heeft open brugvleugels met aan elke zijde een peiltoestel en achter de brugvleugels zien we nog een gedeelte van het frame voor de zonnetent.
Op het schavotje de navigatiemast, met de navigatieverlichting en de antenne voor de radio-richtingzoeker. Aan de zaling een aantal vlaggenlijnen, met aan één daarvan een Amerikaanse vlag in top. Verder een plateau met het standaardkompas, te bereiken met een trap aan bakboordzijde. Aan de vierde hoofdmast hangt nog de rederijvlag van ‘Nedlloyd Lijnen” en op de achterplecht nog een vlaggenmast met een Nederlandse vlag.
In de vitrine staat nog een losse standaard met de rederijvlag van de KJCPL.
De Koninklijke Rotterdamse Lloyd gaf rond 1955 opdracht tot het leveren van acht nieuwe vrachtschepen aan drie Nederlandse werven. De ‘Marne Lloyd’ werd samen met een zusterschip gebouwd bij Van der Giessen & Zonen op de werf in Krimpen. De ‘Marne Lloyd’ (bouwnummer 783) door Van der Giessen op 13 april 1957 opgeleverd. Het schip van 9606 BRT had een 9 cylinder Sulzer diesel met een motorvermogen van 10.500 APK een dienstsnelheid van 18kts maar kon makkelijk 21 kts halen, deels door een slank gesneden achterschip. Hiermee waren ze een tijdje de snelste Nederlandse vrachtschepen. De schepen hadden zes ruimen, waarvan vier voor de accommodatie en twee daar achter. voor de brug zijn drie en achter één vierkante ongestaagde masten geplaatst. Aan het voor- en achtereinde van het midscheepse dekhuis zijn twee ongestaagde laadpalen opgesteld. Aan deze masten en laadpalen worden in totaal 22 laadbomen getuigd, nl. twaalf van 5 ton, acht van 10 ton, en twee van 85 ton hefvermogen die gezamenlijk 170 ton kunnen liften. De laadbomen werden bediend door totaal twintig elektrische lieren. Op de kampanje bevonden zich nog twee elektrische verhaallieren en op de bak het elektrische ankerspil. Op het kampanjedekhuis waren twee aluminium reddingboten opgesteld, elk voor 50 personen. Midscheeps was een motorreddingsboot voor 47 personen en een reddingsboot voor 50 personen aanwezig, beide eveneens van aluminium. Deze vier boten konden door zwaartekracht-davits te water worden gelaten. Het schip had accommodatie voor twaalf passagiers in zes tweepersoonshutten aan stuurboord met een eigen eetkamer en rooksalon aan bakboord. Voor de ± 70 bemanningsleden waren 42 grotendeels eenpersoonshutten beschikbaar.
De ‘Marne Lloyd’ werd in 1970 onder de zelfde naam ingelijfd bij de Nedlloyd en in 1977 als 'Nedlloyd Marne' bij de Nedlloyd lijnen in dienst gesteld.
Het model heeft vier donkergeel geschilderde masten, drie voor en één achter de accommodatie. Voor en achter de accommodatie staan ook een paar paalmasten, elk met een laadboom. Alle laadbomen zijn ook geel geschilderd. De masten drie en vier hebben één zware spier, mast twee heeft twee zware spieren. Hierdoor kunnen luik twee en vijf elk door één zware ladingspier worden bediend, en luik drie door twee zware spieren. Op het model zijn die twee zware spieren van luik drie naar stuurboord uitgezwaaid, met daaraan een hijsframe met een 170 tons last in de vorm van een grote onregelmatig gevormde container. Alle luikhoofden worden afgedekt door zilverkleurige luiken van het MacGregor patent met in de lengterichting van het schip ruimte om de afgenomen luiken te bergen. De laadbomen zijn voorzien van de complete tuigage van geien, repen en hangers en voorzien van metaalkleurige lieren.
Het model heeft een witte accommodatie met houten dekken en met een enkele zwarte schoorsteen. Aan weerszijden van die schoorsteen bevindt zich een blauwe ruit met daarin in het wit de letters ‘NLL’ van ‘Nedlloyd Lijnen’. Op het sloependek bevindt zich aan beide zijden een stel davits met een witte reddingsboot met houten binnenwerk. En op het dekhuis op het kampanjedek bevindt zich ook nog een stel davits met dezelfde reddingboten voor een totaal van vier. Op dat dekhuis is ook de reserve schroef vastgesjord. Op verschillende plaatsen op het kampanjedek staan bakken met opgeschoten touwwerk klaar. Op het achterdek staan verder twee verhaallieren en er staan op diverse plaatsen bolders voor het beleggen van het meergerei. Het model heeft open brugvleugels met aan elke zijde een peiltoestel en achter de brugvleugels zien we nog een gedeelte van het frame voor de zonnetent.
Op het schavotje de navigatiemast, met de navigatieverlichting en de antenne voor de radio-richtingzoeker. Aan de zaling een aantal vlaggenlijnen, met aan één daarvan een Amerikaanse vlag in top. Verder een plateau met het standaardkompas, te bereiken met een trap aan bakboordzijde. Aan de vierde hoofdmast hangt nog de rederijvlag van ‘Nedlloyd Lijnen” en op de achterplecht nog een vlaggenmast met een Nederlandse vlag.
In de vitrine staat nog een losse standaard met de rederijvlag van de KJCPL.
De Koninklijke Rotterdamse Lloyd gaf rond 1955 opdracht tot het leveren van acht nieuwe vrachtschepen aan drie Nederlandse werven. De ‘Marne Lloyd’ werd samen met een zusterschip gebouwd bij Van der Giessen & Zonen op de werf in Krimpen. De ‘Marne Lloyd’ (bouwnummer 783) door Van der Giessen op 13 april 1957 opgeleverd. Het schip van 9606 BRT had een 9 cylinder Sulzer diesel met een motorvermogen van 10.500 APK een dienstsnelheid van 18kts maar kon makkelijk 21 kts halen, deels door een slank gesneden achterschip. Hiermee waren ze een tijdje de snelste Nederlandse vrachtschepen. De schepen hadden zes ruimen, waarvan vier voor de accommodatie en twee daar achter. voor de brug zijn drie en achter één vierkante ongestaagde masten geplaatst. Aan het voor- en achtereinde van het midscheepse dekhuis zijn twee ongestaagde laadpalen opgesteld. Aan deze masten en laadpalen worden in totaal 22 laadbomen getuigd, nl. twaalf van 5 ton, acht van 10 ton, en twee van 85 ton hefvermogen die gezamenlijk 170 ton kunnen liften. De laadbomen werden bediend door totaal twintig elektrische lieren. Op de kampanje bevonden zich nog twee elektrische verhaallieren en op de bak het elektrische ankerspil. Op het kampanjedekhuis waren twee aluminium reddingboten opgesteld, elk voor 50 personen. Midscheeps was een motorreddingsboot voor 47 personen en een reddingsboot voor 50 personen aanwezig, beide eveneens van aluminium. Deze vier boten konden door zwaartekracht-davits te water worden gelaten. Het schip had accommodatie voor twaalf passagiers in zes tweepersoonshutten aan stuurboord met een eigen eetkamer en rooksalon aan bakboord. Voor de ± 70 bemanningsleden waren 42 grotendeels eenpersoonshutten beschikbaar.
De ‘Marne Lloyd’ werd in 1970 onder de zelfde naam ingelijfd bij de Nedlloyd en in 1977 als 'Nedlloyd Marne' bij de Nedlloyd lijnen in dienst gesteld.
Vervaardiging plaatsSlikkerveer
Datum 1957 - 1970
Onderwerpvrachtschip: Marne Lloyd[scheepsnaam]
PersoonstrefwoordKoninklijke Rotterdamsche Lloyd N.V.[rederijnaam]
Objectnaamvolmodel
Objectcategoriescheepsmodellen
Formaat
vitrine lengte: 171.00 cm
vitrine breedte: 36.00 cm
vitrine hoogte: 56.00 cm
vitrine breedte: 36.00 cm
vitrine hoogte: 56.00 cm
StandplaatsOp zaal
English



