Details
ObjectnummerN712
TitelVolmodel van het d.s.s. 'Insulinde' van de firma Wm Ruys & Zonen te Rotterdam
BeschrijvingHet kundig gedetailleerde model van de ‘Insulinde’ heeft een rood onderwaterschip met een witte band rond de waterlijn. Daarboven is de romp grijs, met een witte top op de bak en het achterschip en een hele witte accommodatie. Het model is uitgevoerd met twee vierbladige schroeven en een enkel roer. De naam van het schip staat aan weerszijden op het einde van de bak, in ‘goud’ evenals onder de achterplecht, daar aangevuld met de thuishaven: ‘Rotterdam’ met daartussen het embleem van Ruys. Zowel aan stuurboord als aan bakboord zijn twee loopplanken afgevierd. Alle dekken zijn uitgevoerd in hout, waarbij het voordek en het achterdek beiden zijn voorzien van het frame voor een zonnetent. Op de bak zien we het ankerspil met twee verhaalkoppen en met beide ankerkettingen met stoppers. Tussen de kettingen bevindt zich een kaapstander die zowel mechanisch als met handkracht kan worden aangedreven. Op de bak verder nog enkele luchtkokers en zwarte bolders voor het afmeren.
Het model heeft twee masten, met daartussen de antennes van de radio-installatie die leiden naar een dekhuis achter de schoorsteen. Aan de voormast wappert de rederijvlag van de ‘Rotterdamsche Lloyd’, aan de achtermast een rode wimpel met daarop de naam van het schip: ‘Insulinde’ en op de achterplecht een vlaggenmast met de Nederlandse driekleur. Naast de voormast staan twee laadmasten met elk een laadboom die luik 1 bedienen. Luik 2 wordt bediend door twee laadbomen aan de voormast en twee laadbomen aan laadmasten voor de accommodatie. De luiken drie en vier worden elk bediend door twee laadbomen aan laadmasten voor het luik. Luik vier is als enige luik uitgevoerd met een koekoek. Alle laadbomen zijn voorzien van een lier met verhaalkop en van de bijbehorende topeinden en geitouwen.
Het model heeft een geheel open brug, met twee overdekte posities aan de uiterste stuurboord en bakboord zijde. Aan bakboord staan beide machinekamertelegrafen, en op het schavotje het magnetische standaardkompas. Achter de brug bevinden zich drie dekhuizen met tussen de eerste twee dekhuizen de zwarte, licht achterover hellende schoorsteen. Op twee dekhuizen, en op het bovendek zelf zijn koekoeks geplaatst en er staan ook enkele rijen zilverkleurige luchthappers. Op het achterschip verder nog een reserve stuurstand met stuurwiel, kompas en machinekamertelegraaf.
Op het sloependek bevinden zich zowel aan stuurboord als aan bakboord vier reddingsboten aan draaidavits, elk met enkele roeiriemen uitgerust. Ter hoogte van de achtermast bevindt zich nog een stel reddingsboten en op het achterste dekhuis staat aan stuurboord een stel davits met een reddingsboot naast de davits en een motorsloep in de davits. Aan bakboord bevinden zich twee stellen davits, één voor een reddingsboot en één voor een werksloep. De accommodatie heeft op drie dekken een promenade met aan de railing van de bovenste twee dekken op regelmatige afstand een reddingsboei bevestigd.
De ‘Insulinde’ werd met bouwnummer 150 gebouwd door de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' scheepswerf in Vlissingen voor de Rotterdamsche Lloyd. Haar tewaterlating, op 1 november 1913 verliep dermate ongelukkig dat het schip gelijk voor een periode van drie weken bij Wilton in reparatie moest om enkele spanten en 29 huidplaten te laten vervangen. De oplevering vond plaats op 15 maart 1914. Het schip was een passagiersschip met grote ladingcapaciteit en kon 111 eerste, 109 tweede, 40 derde en 44 tussendekpassagiers meenemen. Met twee triple expansiemachines op 2 assen en een vermogen van 7000 IPK was het voor die tijd een snel schip met een dienstsnelheid van 15 kts. Op haar eerste reis naar Nederlands-Indië vestigde ze gelijk een record door in 18,5 dagen van Marseille naar Padang te varen. In 1916 werd het schip door de oorlogsomstandigheden opgelegd en vertrok pas weer naar Java op 17 januari 1919. In 1933 werd de ‘Insulinde’ verkocht aan de Franse rederij Compagnie Générale de Navigation a Vapeur Cyprien Fabre uit Marseille.
Het model heeft twee masten, met daartussen de antennes van de radio-installatie die leiden naar een dekhuis achter de schoorsteen. Aan de voormast wappert de rederijvlag van de ‘Rotterdamsche Lloyd’, aan de achtermast een rode wimpel met daarop de naam van het schip: ‘Insulinde’ en op de achterplecht een vlaggenmast met de Nederlandse driekleur. Naast de voormast staan twee laadmasten met elk een laadboom die luik 1 bedienen. Luik 2 wordt bediend door twee laadbomen aan de voormast en twee laadbomen aan laadmasten voor de accommodatie. De luiken drie en vier worden elk bediend door twee laadbomen aan laadmasten voor het luik. Luik vier is als enige luik uitgevoerd met een koekoek. Alle laadbomen zijn voorzien van een lier met verhaalkop en van de bijbehorende topeinden en geitouwen.
Het model heeft een geheel open brug, met twee overdekte posities aan de uiterste stuurboord en bakboord zijde. Aan bakboord staan beide machinekamertelegrafen, en op het schavotje het magnetische standaardkompas. Achter de brug bevinden zich drie dekhuizen met tussen de eerste twee dekhuizen de zwarte, licht achterover hellende schoorsteen. Op twee dekhuizen, en op het bovendek zelf zijn koekoeks geplaatst en er staan ook enkele rijen zilverkleurige luchthappers. Op het achterschip verder nog een reserve stuurstand met stuurwiel, kompas en machinekamertelegraaf.
Op het sloependek bevinden zich zowel aan stuurboord als aan bakboord vier reddingsboten aan draaidavits, elk met enkele roeiriemen uitgerust. Ter hoogte van de achtermast bevindt zich nog een stel reddingsboten en op het achterste dekhuis staat aan stuurboord een stel davits met een reddingsboot naast de davits en een motorsloep in de davits. Aan bakboord bevinden zich twee stellen davits, één voor een reddingsboot en één voor een werksloep. De accommodatie heeft op drie dekken een promenade met aan de railing van de bovenste twee dekken op regelmatige afstand een reddingsboei bevestigd.
De ‘Insulinde’ werd met bouwnummer 150 gebouwd door de Koninklijke Maatschappij 'De Schelde' scheepswerf in Vlissingen voor de Rotterdamsche Lloyd. Haar tewaterlating, op 1 november 1913 verliep dermate ongelukkig dat het schip gelijk voor een periode van drie weken bij Wilton in reparatie moest om enkele spanten en 29 huidplaten te laten vervangen. De oplevering vond plaats op 15 maart 1914. Het schip was een passagiersschip met grote ladingcapaciteit en kon 111 eerste, 109 tweede, 40 derde en 44 tussendekpassagiers meenemen. Met twee triple expansiemachines op 2 assen en een vermogen van 7000 IPK was het voor die tijd een snel schip met een dienstsnelheid van 15 kts. Op haar eerste reis naar Nederlands-Indië vestigde ze gelijk een record door in 18,5 dagen van Marseille naar Padang te varen. In 1916 werd het schip door de oorlogsomstandigheden opgelegd en vertrok pas weer naar Java op 17 januari 1919. In 1933 werd de ‘Insulinde’ verkocht aan de Franse rederij Compagnie Générale de Navigation a Vapeur Cyprien Fabre uit Marseille.
Datum 1914 - 1933
Onderwerppassagiersschip: Insulinde[scheepsnaam]
PersoonstrefwoordRotterdamsche Lloyd[rederijnaam]
Objectnaamvolmodel
Objectcategoriescheepsmodellen
Formaat
vitrine lengte: 336.00 cm
vitrine breedte: 60.00 cm
vitrine hoogte: 201.50 cm
model lengte: 316.00 cm
model breedte: 38.00 cm
model hoogte: 101.00 cm
vitrine breedte: 60.00 cm
vitrine hoogte: 201.50 cm
model lengte: 316.00 cm
model breedte: 38.00 cm
model hoogte: 101.00 cm
StandplaatsNiet op zaal
English













