Details
ObjectnummerB21593a-P36
TitelIndiaensche nooten ofte Palmboomen welcke in Indien veel opbrengen want geven soete spijs en dranck, stoff tot scheepen, seijlen en touwen en daer die selffde scheepen met gelaeden en die schipluijden mede gevoet werden. / Een plante draegende het geheele Iaer vruchten, diemen Indiaensche vijgen noemt, seer voedende en een daegelickse spijse der Indianen. / Fruijten diemen Arrecca ofte Faufel noemt en die blaeden Bettelle, welcke met wat calcks vermengt die Indianen en gantschen dach kauwen het sap doorswelgen om tlichaem te purgeren en ander haerder crachten. / Orientaelsche Peeper wasschen de tmuer cruyt niet ongelyck
Indische noten- of palmbomen, brengen in Indië veel op omdat deze gebruikt wordt voor zoete spijs en drank, stof voor schepen, zeilen en touwen. De schepen worden hiermee ook volgeladen en de scheepslieden worden ermee gevoed. Een plant die het gehele jaar vruchten draagt, die men Indische vijgen noemt, een zeer voedende en dagelijkse spijs voor Indiërs. Vruchten die men Areca ofwel Faufel noemen, en de bladeren betel. Indiërs kauwen de hele dag op de bladeren vermengd met wat kalk om door middel van het sap het lichaam te zuiveren en te versterken. Orientaalse peper groeit niet anders dan klimop.
Indische noten- of palmbomen, brengen in Indië veel op omdat deze gebruikt wordt voor zoete spijs en drank, stof voor schepen, zeilen en touwen. De schepen worden hiermee ook volgeladen en de scheepslieden worden ermee gevoed. Een plant die het gehele jaar vruchten draagt, die men Indische vijgen noemt, een zeer voedende en dagelijkse spijs voor Indiërs. Vruchten die men Areca ofwel Faufel noemen, en de bladeren betel. Indiërs kauwen de hele dag op de bladeren vermengd met wat kalk om door middel van het sap het lichaam te zuiveren en te versterken. Orientaalse peper groeit niet anders dan klimop.
Vervaardiger Baptista van Doetecum (graveur[persoon]), Jan Huyghen van Linschoten (tekenaar[persoon])
BeschrijvingAfbeelding van verschillende vruchten, bomen en planten. Links staat een man met zijn rug tegen een palmboom aan, kijkend naar de rest van de omgeving. Een andere man (‘Chauderin’) klimt in een boom met een mes achter op zijn rug gebonden. In de verte zit een tweetal bij een vuur. Een rivier stroomt rondom het gebied, waarin ook een figuur drijft. Rechts op de prent staat een peperboom (met daarnaast het woord 'Peeper') met daarachter een huis afgebeeld. Op de achtergrond ligt een berglandschap. De prent laat verschillende vruchten, bomen en planten zien. één van de belangrijkste was de palmboom. Deze werd namelijk voor veel verscheidene dingen gebruikt. In de boom werden inkepingen gemaakt zodat de Canarim gemakkelijk en snel de boom kon inklimmen om de noten los te maken. Het hout van de boom werd gebruikt voor boten. De bladeren voor het zeil van een boot of voor dakbedekking van de huizen. Verder werd het schors van de kokosnoot gebruikt om touw te maken. Verder zien we op de prent onder andere peper, een Indische vijgenboom en Arecabomen.
Prent opgenomen in de uitgave Itinerarium, Ofte Schip-vaert naer Oost ofte Portugaels Indien. Inhoudende een beschrijvinghe, dier Landen, Zee-kusten, Havens, Rivieren, Hoecken ende Plaetsen, met de ghedenck-weerdighste Historien der selver. Hier zijn by ghevoeght de Conterfeytsels, van de Habijten ofte Drachten, so van de Portugesen aldaer residerende, als van de in-gheboren Indianen: Ende van hare Tempelen, Afgoden, Huysinghen, manieren, Godesdienst, Politie, Huys-houdinghen ende Koop-handel, hoe ende waer die gedreven wort: Als oock van de Boomen, Vruchten, Kruyden, Specerijen, ende dierghelijcke Materialen van die Landen. / Alles beschreven door Ian Huygen van Linschoten. Van nieus ghecorrigeert ende verbetert. - Amsterdam : Cloppenburgh, Jan Evertsz (I), 1623.
Prent opgenomen in de uitgave Itinerarium, Ofte Schip-vaert naer Oost ofte Portugaels Indien. Inhoudende een beschrijvinghe, dier Landen, Zee-kusten, Havens, Rivieren, Hoecken ende Plaetsen, met de ghedenck-weerdighste Historien der selver. Hier zijn by ghevoeght de Conterfeytsels, van de Habijten ofte Drachten, so van de Portugesen aldaer residerende, als van de in-gheboren Indianen: Ende van hare Tempelen, Afgoden, Huysinghen, manieren, Godesdienst, Politie, Huys-houdinghen ende Koop-handel, hoe ende waer die gedreven wort: Als oock van de Boomen, Vruchten, Kruyden, Specerijen, ende dierghelijcke Materialen van die Landen. / Alles beschreven door Ian Huygen van Linschoten. Van nieus ghecorrigeert ende verbetert. - Amsterdam : Cloppenburgh, Jan Evertsz (I), 1623.
Datum 1596 - 1623
Onderwerppalmboom, arecapalm[boom], kokosnoot plukken, peper[specerij]
Objectnaamgravure
Objectcategorieprentencollectie
Formaat
beeldmaat hoogte: 25.00 cm
beeldmaat breedte: 31.00 cm
Opengeslagen boek hoogte: 31.70 cm
Opengeslagen boek breedte: 42.30 cm
beeldmaat breedte: 31.00 cm
Opengeslagen boek hoogte: 31.70 cm
Opengeslagen boek breedte: 42.30 cm
StandplaatsNiet op zaal
English