Details
ObjectnummerH3575
TitelJournal d'Anna
Vervaardiger Anna Caroline barones van Oldenneel tot Heerenbrinck (schrijfster)
BeschrijvingHet handschrift ‘Journal d’Anna’ beschrijft een reis in 1837 van Hellevoetsluis naar Semarang op Java in Nederlands-Indië. Hellevoetsluis was toen een marinebasis. Het eerste deel van de reis, van Nederland naar de hoofdstad van Nederlands-Indië, Batavia op Java. Dat eerste deel is aan boord van het fregatschip de ‘Batavia' van de Rotterdamse rederij Van Hoboken onder gezag van J.A. Pronk; het tweede deel aan boord van het fregatschip, de ‘Kortenaer’, van de Rotterdamse rederij Suermondt & Zn. & Co., van Batavia naar Semarang, eveneens op Java. De samenstelling van de bemanning van de ‘Batavia’ is zeer internationaal (Engels, Duits, Amerikaans en Belgisch, en er zijn geen Nederlanders, behalve de officieren). Anna merkt op dat het leven van de bemanning zwaar is, vooral als de zeilen worden verwisseld of gezet.
Anna vermeldt niet veel eigenaardigheden over zichzelf of haar familie. Een paar keer vertelt ze dat ze het fijn vond in Maastricht, maar ze heeft ook herinneringen aan Brussel. Het manuscript stamt uit 1837, terwijl België pas 7 jaar eerder onafhankelijk werd van Nederland. En op het schutblad zit een etiket van de boekhandel ‘A La Palette d'Or‘ uit Brussel. Ze vermeldt verder dat ze tijdens deze reis in de laatste fase van haar zwangerschap zit. Misschien is dat ook de reden waarom ze nogal eens last heeft van zeeziekte. Haar man Joseph schijnt een militair te zijn die Maleis spreekt en al in 1823 deelnam aan een expeditie in West-Sumatra; wanneer ze in Batavia aankomen, krijgt hij te horen dat hij de volgende commandant van het observatieleger te Semarang zal zijn. Tijdens de reis probeert Anna Maleisische woorden en zinnen te leren en haar man helpt haar door naar haar lessen te luisteren. Anna schrijft het verslag van haar reis in het Frans, hoewel ze soms niet bekend is met de Franse vertaling van een paar Nederlandse woorden, zoals bijvoorbeeld de woorden voor stuurman / officier of tocht / diepgang, en ze schrijft gewoon het Nederlandse woord.
De eerste aantekening in het dagboek is van 28 mei 1837, wanneer ze al twee dagen aan boord van het schip zijn en wachten op gunstige wind om te vertrekken. Aan boord hebben ze de grootste kajuit, 15 bij 12 voet. Uiteindelijk vertrekken ze op 8 juni en 18 uur later passeren ze Dover en Calais, met een gemiddelde snelheid van zo'n 65 tot 70 mijl per 24 uur, en op 7 juli passeren ze de Kaapverdische eilanden. Ze worden benaderd door een schip dat mogelijk een piratenschip kan zijn, maar aangezien de ‘Batavia’ een beetje het uiterlijk heeft van een militair schip, met 12 kanonnen, gebeurt er niets. Hetzelfde gebeurt 10 dagen later opnieuw, opnieuw zonder ernstige gevolgen. Op 8 juli ontmoeten ze de ‘Prinses Marianne’, een fregatschip van de Rotterdamse rederij Van Hoboken, waarmee ze verse sinaasappels uit Sint-Helena en nieuws uit de respectieve thuislanden uitwisselen. Die ontmoeting geeft Anna de kans om haastig een brief te schrijven aan haar moeder in Nederland. Gedurende die tijd zijn de winden niet gunstig zodat ze pas op 24 juli de evenaar passeren. Tegen die tijd ervaren ze een tekort aan drinkwater. Onderweg zien ze meerdere keren vliegende vissen en een enkele keer weet de bemanning een albatros te vangen. Anna houdt niet van het vlees van die vogel. Dan, rond 25 augustus, moeten ze een paar dagen een verschrikkelijke storm ondergaan, waarbij de raamluiken van hun hut worden weggeblazen en meerdere hutten gedeeltelijk onder water komen te staan. Een matroos raakt zo ernstig gewond dat zijn benen (tijdelijk) verlamd zijn en de scheepsdokter wordt bijna overboord gegooid. Op 22 augustus ontmoeten ze de 'Factorij’, een schip van de Rotterdamse rederij Minderop & Van Heel. Dan zijn ze Kaap de Goede Hoop al gepasseerd, hoewel ze daar niet aanmeren, waarschijnlijk omdat die procedure daar vaak nogal gevaarlijk is. Op de Indische Oceaan is de koers die het schip volgt 37-38° zuiderbreedte in plaats van de gebruikelijke 40° en Anna vreest dat dit een tijdverlies van 3 tot 6 weken zal opleveren. Maar ze heeft het mis, want op 24 september merkt ze op dat ze zich nu op 12°41' zuidelijke breedtegraad bevinden, dat wil zeggen ongeveer 660 kilometer ten zuiden van de westkust van Java, en al snel steken ze de Straat Soenda over tussen Java en Sumatra. Er is aan de kust van Java het fort Ayer en daar landen meestal schepen om berichten te verzenden, die Batavia-stad een dag eerder bereiken dan het schip. Maar deze keer is de wind ongunstig om dat te doen. Ondertussen zijn de passagiers begonnen hun spullen in te pakken. Het schip is daar omringd door een groot aantal Javanen met kano's die fruit etc. aan de passagiers aanbieden.
Uiteindelijk bereiken ze 2 oktober de haven van Batavia en gaan op 14 oktober door naar Semarang. Anna gebruikt haar dagen daar om de stad te beschrijven en wat daar gebeurt. Over een paar dagen krijgen ze gezelschap van hun kok, die een slaaf is! Anna beschrijft dat het moeilijker wordt om een slaaf te krijgen, omdat dit tegenwoordig al 1000 tot 2000 gulden kost. En in Semarang is het nog moeilijker om er een te bemachtigen. Anders is er ook een probleem met gratis bedienden, aangezien deze mensen tegenwoordig gemakkelijk 30 gulden per maand durven te vragen voor hun diensten. Een andere metgezel in Semarang zal een jonge man zijn met zijn vrouw, het leven van die jongen werd gered door Joseph toen hij op militaire expeditie was in Padang (West-Sumatra). Hij heeft gewacht tot Joseph terugkeerde naar India en werkt nu in een stomerij.
Eindelijk, 19 oktober, komen ze aan in Semarang, waar ze een huis hebben gevonden iets buiten het stadscentrum, in het dorp Bodjong.
Volgens het Biografisch Portaal (http://www.biografischportaal.nl/persoon/23355699) blijken Anna en Joseph resp. Anne Caroline barones van Oldenneel tot Heerenbrinck en Joseph le Bron de Vexela te zijn. De loopbaan, data en naam van Joseph en zijn vrouw Anna komen overeen.
Joseph le Bron de Vexela werd geboren in Nijmegen op 10 maart 1793. Hij overleed in Maastricht op 13 november 1853.
Anna Caroline barones van Oldenneel tot Heerenbrinck werd geboren in Brussel op 4 december 1811. Zij overleed in Maastricht op 10 februari 1883. Anna huwde met Joseph op 15 november 1836. Zij was toen 24 jaar. Op het moment van de reis in 1837 was zij dus 25 jaar en hoogzwanger. Op 3 maart 1841 beviel zij in Semarang van een dochter: Marie Félicie le Bron de Vexela. Zij overleed in Maastricht op 26/11/1917. Dit is niet het kind waarvan Anna tijdens de reis hoogzwanger was. Zij beviel namelijk van een zoon, volgens de Javasche Courant van 15 november 1837 was dat in Batavia op 10 november 1837, volgens de Javasche Courant van 18 november 1837 was dat in Batavia op 14 november 1837.
Volgens de Javasche Courant van 4 oktober 1837 kwam de 'Batavia' onder gezagvoerder J.A. Pronk, met kolonel Joseph le Bron Vexela en echtgenoot, van Rotterdam, vertrokken 8 juni 1837, op 2 oktober 1837 aan in Batavia.
Volgens de Javasche Courant van 18 oktober 1837 vertrok de 'Kortenaar' (= 'Kortenaer') onder gezagvoerder A. Glazener op 14 oktober 1837 van Batavia naar Semarang, met kolonel Joseph le Bron Vexela en echtgenoot.
Volgens de Javasche Courant van 25 oktober 1837 kwam de 'Kortenaar' (='Kortenaer') onder gezagvoerder A. Glazener, met kolonel Joseph le Bron Vexela en echtgenoot, van Batavia, vertrokken 14 oktober 1837, op 19 oktober 1837 aan in Semarang (bron: Delpher).
De ‘Kortenaer’ onder gezag van met kapitein A. Glazener was een (bewapend) koopvaardijfregat van de rederij Suermondt & Zn. & Co. uit Rotterdam (bron: MarHisdata).
Anna vermeldt niet veel eigenaardigheden over zichzelf of haar familie. Een paar keer vertelt ze dat ze het fijn vond in Maastricht, maar ze heeft ook herinneringen aan Brussel. Het manuscript stamt uit 1837, terwijl België pas 7 jaar eerder onafhankelijk werd van Nederland. En op het schutblad zit een etiket van de boekhandel ‘A La Palette d'Or‘ uit Brussel. Ze vermeldt verder dat ze tijdens deze reis in de laatste fase van haar zwangerschap zit. Misschien is dat ook de reden waarom ze nogal eens last heeft van zeeziekte. Haar man Joseph schijnt een militair te zijn die Maleis spreekt en al in 1823 deelnam aan een expeditie in West-Sumatra; wanneer ze in Batavia aankomen, krijgt hij te horen dat hij de volgende commandant van het observatieleger te Semarang zal zijn. Tijdens de reis probeert Anna Maleisische woorden en zinnen te leren en haar man helpt haar door naar haar lessen te luisteren. Anna schrijft het verslag van haar reis in het Frans, hoewel ze soms niet bekend is met de Franse vertaling van een paar Nederlandse woorden, zoals bijvoorbeeld de woorden voor stuurman / officier of tocht / diepgang, en ze schrijft gewoon het Nederlandse woord.
De eerste aantekening in het dagboek is van 28 mei 1837, wanneer ze al twee dagen aan boord van het schip zijn en wachten op gunstige wind om te vertrekken. Aan boord hebben ze de grootste kajuit, 15 bij 12 voet. Uiteindelijk vertrekken ze op 8 juni en 18 uur later passeren ze Dover en Calais, met een gemiddelde snelheid van zo'n 65 tot 70 mijl per 24 uur, en op 7 juli passeren ze de Kaapverdische eilanden. Ze worden benaderd door een schip dat mogelijk een piratenschip kan zijn, maar aangezien de ‘Batavia’ een beetje het uiterlijk heeft van een militair schip, met 12 kanonnen, gebeurt er niets. Hetzelfde gebeurt 10 dagen later opnieuw, opnieuw zonder ernstige gevolgen. Op 8 juli ontmoeten ze de ‘Prinses Marianne’, een fregatschip van de Rotterdamse rederij Van Hoboken, waarmee ze verse sinaasappels uit Sint-Helena en nieuws uit de respectieve thuislanden uitwisselen. Die ontmoeting geeft Anna de kans om haastig een brief te schrijven aan haar moeder in Nederland. Gedurende die tijd zijn de winden niet gunstig zodat ze pas op 24 juli de evenaar passeren. Tegen die tijd ervaren ze een tekort aan drinkwater. Onderweg zien ze meerdere keren vliegende vissen en een enkele keer weet de bemanning een albatros te vangen. Anna houdt niet van het vlees van die vogel. Dan, rond 25 augustus, moeten ze een paar dagen een verschrikkelijke storm ondergaan, waarbij de raamluiken van hun hut worden weggeblazen en meerdere hutten gedeeltelijk onder water komen te staan. Een matroos raakt zo ernstig gewond dat zijn benen (tijdelijk) verlamd zijn en de scheepsdokter wordt bijna overboord gegooid. Op 22 augustus ontmoeten ze de 'Factorij’, een schip van de Rotterdamse rederij Minderop & Van Heel. Dan zijn ze Kaap de Goede Hoop al gepasseerd, hoewel ze daar niet aanmeren, waarschijnlijk omdat die procedure daar vaak nogal gevaarlijk is. Op de Indische Oceaan is de koers die het schip volgt 37-38° zuiderbreedte in plaats van de gebruikelijke 40° en Anna vreest dat dit een tijdverlies van 3 tot 6 weken zal opleveren. Maar ze heeft het mis, want op 24 september merkt ze op dat ze zich nu op 12°41' zuidelijke breedtegraad bevinden, dat wil zeggen ongeveer 660 kilometer ten zuiden van de westkust van Java, en al snel steken ze de Straat Soenda over tussen Java en Sumatra. Er is aan de kust van Java het fort Ayer en daar landen meestal schepen om berichten te verzenden, die Batavia-stad een dag eerder bereiken dan het schip. Maar deze keer is de wind ongunstig om dat te doen. Ondertussen zijn de passagiers begonnen hun spullen in te pakken. Het schip is daar omringd door een groot aantal Javanen met kano's die fruit etc. aan de passagiers aanbieden.
Uiteindelijk bereiken ze 2 oktober de haven van Batavia en gaan op 14 oktober door naar Semarang. Anna gebruikt haar dagen daar om de stad te beschrijven en wat daar gebeurt. Over een paar dagen krijgen ze gezelschap van hun kok, die een slaaf is! Anna beschrijft dat het moeilijker wordt om een slaaf te krijgen, omdat dit tegenwoordig al 1000 tot 2000 gulden kost. En in Semarang is het nog moeilijker om er een te bemachtigen. Anders is er ook een probleem met gratis bedienden, aangezien deze mensen tegenwoordig gemakkelijk 30 gulden per maand durven te vragen voor hun diensten. Een andere metgezel in Semarang zal een jonge man zijn met zijn vrouw, het leven van die jongen werd gered door Joseph toen hij op militaire expeditie was in Padang (West-Sumatra). Hij heeft gewacht tot Joseph terugkeerde naar India en werkt nu in een stomerij.
Eindelijk, 19 oktober, komen ze aan in Semarang, waar ze een huis hebben gevonden iets buiten het stadscentrum, in het dorp Bodjong.
Volgens het Biografisch Portaal (http://www.biografischportaal.nl/persoon/23355699) blijken Anna en Joseph resp. Anne Caroline barones van Oldenneel tot Heerenbrinck en Joseph le Bron de Vexela te zijn. De loopbaan, data en naam van Joseph en zijn vrouw Anna komen overeen.
Joseph le Bron de Vexela werd geboren in Nijmegen op 10 maart 1793. Hij overleed in Maastricht op 13 november 1853.
Anna Caroline barones van Oldenneel tot Heerenbrinck werd geboren in Brussel op 4 december 1811. Zij overleed in Maastricht op 10 februari 1883. Anna huwde met Joseph op 15 november 1836. Zij was toen 24 jaar. Op het moment van de reis in 1837 was zij dus 25 jaar en hoogzwanger. Op 3 maart 1841 beviel zij in Semarang van een dochter: Marie Félicie le Bron de Vexela. Zij overleed in Maastricht op 26/11/1917. Dit is niet het kind waarvan Anna tijdens de reis hoogzwanger was. Zij beviel namelijk van een zoon, volgens de Javasche Courant van 15 november 1837 was dat in Batavia op 10 november 1837, volgens de Javasche Courant van 18 november 1837 was dat in Batavia op 14 november 1837.
Volgens de Javasche Courant van 4 oktober 1837 kwam de 'Batavia' onder gezagvoerder J.A. Pronk, met kolonel Joseph le Bron Vexela en echtgenoot, van Rotterdam, vertrokken 8 juni 1837, op 2 oktober 1837 aan in Batavia.
Volgens de Javasche Courant van 18 oktober 1837 vertrok de 'Kortenaar' (= 'Kortenaer') onder gezagvoerder A. Glazener op 14 oktober 1837 van Batavia naar Semarang, met kolonel Joseph le Bron Vexela en echtgenoot.
Volgens de Javasche Courant van 25 oktober 1837 kwam de 'Kortenaar' (='Kortenaer') onder gezagvoerder A. Glazener, met kolonel Joseph le Bron Vexela en echtgenoot, van Batavia, vertrokken 14 oktober 1837, op 19 oktober 1837 aan in Semarang (bron: Delpher).
De ‘Kortenaer’ onder gezag van met kapitein A. Glazener was een (bewapend) koopvaardijfregat van de rederij Suermondt & Zn. & Co. uit Rotterdam (bron: MarHisdata).
Datum 1837 - 1837
PersoonstrefwoordOldenneel tot Heerenbrinck, Anna Caroline barones van; Bron de Vexela, Joseph le; Hoboken, Anthony van[rederijnaam]; Minderop & Van Heel[rederijnaam]; Suermondt en Zoon, E.[rederijnaam]
Objectnaamdagboek[persoonlijk], reisverslag
Objectcategoriehandschriften
StandplaatsNiet op zaal
English
![graphics\mmr-h-coll\H3575-P02.jpg; H3575; Journal d'Anna; dagboek[persoonlijk]](https://mmr.adlibhosting.com/ais6v50/webapiimages/wwwopac.ashx?command=getcontent&server=images&value=graphics\mmr-h-coll\H3575-P02.jpg&width=125&height=125&imageformat=jpg)
![graphics\mmr-h-coll\H3575-P04.jpg; H3575; Journal d'Anna; dagboek[persoonlijk]](https://mmr.adlibhosting.com/ais6v50/webapiimages/wwwopac.ashx?command=getcontent&server=images&value=graphics\mmr-h-coll\H3575-P04.jpg&width=125&height=125&imageformat=jpg)
![graphics\mmr-h-coll\H3575-P56.jpg; H3575; Journal d'Anna; dagboek[persoonlijk]](https://mmr.adlibhosting.com/ais6v50/webapiimages/wwwopac.ashx?command=getcontent&server=images&value=graphics\mmr-h-coll\H3575-P56.jpg&width=125&height=125&imageformat=jpg)