Details
ObjectnummerM1318
TitelVolmodel van het s.s. 'Tjerimai' van de Rotterdamsche Lloyd
VervaardigerReiherstieg Schiffswerft und Maschinenfabrik (modelbouwer)
BeschrijvingScheepsmodel in houten vitrinekast zonder onderstel voorstellende het dubbelschroefs passagiersstoomschip 'Tjerimai', zoals dit tot in 1933 gevaren heeft voor de Rotterdamsche Lloyd. Het model is zeer gedetailleerd: in de grijze romp (met witte boottop en rood onderwaterschip) zijn patrijspoorten aangebracht, bijna alle dekken zijn omgeven met relingwerk en de vele 'luchthappers', de constructie voor de zonnetenten, de dekhuisjes op de bovenste dekken, de twaalf sloepen, de kleine voormast en de laadmast achter geven het model een druk karakter. De opbouw is wit gekleurd en de schoorsteen is zwart. Op het houten hoofddek zijn twee dekhuizen aangebracht: het voorste heeft twee dekken, de achterste één groot dek en een kleiner hoger gelegen kleiner dek. Het model heeft geen bak, en op het voorschip voor het dekhuis zijn twee luikenkappen aangebracht waartussen zich een laadboom bevindt. De achterste laadboom bedient slechts een luik. Aan beide zijden van het rechte voorsteven bevindt zich een anker. De romp is uitgevoerd met kimkielen. De beide schoefassen worden naar buitengebracht met behulp van dichtgezette asbroeken. tussen de schroeven bevindt zich een gewoon roer, een zogenaamd enkelplaatroer.
De ‘Tjerimai’ was een vracht/passagiersschip met accommodatie voor 108 eerste, 72 tweede, en 68 derdeklasse passagiers. Het schip van 7.602 BRT werd voortgedreven door twee quadruple expansie stoommachines van elk 2.400 ipk die het dubbelschroefsschip een dienstsnelheid van 14 kts gaven. De Rotterdamsche Lloyd gaf haar schepen namen van plaatsen, vulkanen en bergen in Oost-Indië, en de Tjerimai is een vulkaan op Midden-Java.
De ‘Tjerimai’ heeft relatief kort voor de Rotterdamsche Lloyd gevaren, het schip in mei 1931 in Rotterdam opgelegd en in juni 1933 verkocht.
Het s.s. ‘Tjerimai’ werd besteld door de Duitse reder Woermann-Linie A.G bij de Hamburgse werf en machinefabriek ‘Reiherstieg’. De kiellegging was op 30 december 1914 en het schip werd op 18 maart 1916 te water gelaten als ‘Marie Woermann’. In verband met de oorlogsomstandigheden werd de verdere afbouw opgeschort. In oktober 1916 deed het casco tijdelijk dienst als logiesschip voor de Kaiserliche Marine onder de naam ‘Marie’. In 1917 werd het schip teruggeven aan de Woermann-Linie A.G. en herdoopt ‘Wadai’. In augustus 1918 werd de afbouw van het schip hervat. Op 28 augustus 1920 was de proefvaart op de Elbe en het schip werd op 2 september als herstelbetaling aan Engeland opgeleverd en opgelegd in de Firth of Forth. In juni 1921 werd het schip, dat ingevolge het vredesverdrag na WOI aan de geallieerden was uitgeleverd, gekocht op een veiling van ex-Duitse schepen door de Rotterdamsche Lloyd. Het schip vertrok in dezelfde maand nog op sleeptouw naar Rotterdam waar het onder de naam ‘Wadai’ aankwam. Daar herdoopt tot 'Tjerimai' en in september 1921 onder eigen stoom naar de bouwwerf te Hamburg gevaren, daar geheel verbouwd. De proeftocht voor de nieuwe eigenaren was op 18 maart 1922. Op 25 maart 1922 vertrok het schip op haar maidentrip naar Nederlands-Indië.
De ‘Tjerimai’ was een vracht/passagiersschip met accommodatie voor 108 eerste, 72 tweede, en 68 derdeklasse passagiers. Het schip van 7.602 BRT werd voortgedreven door twee quadruple expansie stoommachines van elk 2.400 ipk die het dubbelschroefsschip een dienstsnelheid van 14 kts gaven. De Rotterdamsche Lloyd gaf haar schepen namen van plaatsen, vulkanen en bergen in Oost-Indië, en de Tjerimai is een vulkaan op Midden-Java.
De ‘Tjerimai’ heeft relatief kort voor de Rotterdamsche Lloyd gevaren, het schip in mei 1931 in Rotterdam opgelegd en in juni 1933 verkocht.
Het s.s. ‘Tjerimai’ werd besteld door de Duitse reder Woermann-Linie A.G bij de Hamburgse werf en machinefabriek ‘Reiherstieg’. De kiellegging was op 30 december 1914 en het schip werd op 18 maart 1916 te water gelaten als ‘Marie Woermann’. In verband met de oorlogsomstandigheden werd de verdere afbouw opgeschort. In oktober 1916 deed het casco tijdelijk dienst als logiesschip voor de Kaiserliche Marine onder de naam ‘Marie’. In 1917 werd het schip teruggeven aan de Woermann-Linie A.G. en herdoopt ‘Wadai’. In augustus 1918 werd de afbouw van het schip hervat. Op 28 augustus 1920 was de proefvaart op de Elbe en het schip werd op 2 september als herstelbetaling aan Engeland opgeleverd en opgelegd in de Firth of Forth. In juni 1921 werd het schip, dat ingevolge het vredesverdrag na WOI aan de geallieerden was uitgeleverd, gekocht op een veiling van ex-Duitse schepen door de Rotterdamsche Lloyd. Het schip vertrok in dezelfde maand nog op sleeptouw naar Rotterdam waar het onder de naam ‘Wadai’ aankwam. Daar herdoopt tot 'Tjerimai' en in september 1921 onder eigen stoom naar de bouwwerf te Hamburg gevaren, daar geheel verbouwd. De proeftocht voor de nieuwe eigenaren was op 18 maart 1922. Op 25 maart 1922 vertrok het schip op haar maidentrip naar Nederlands-Indië.
Vervaardiging plaatsHamburg[stad]
Datum 1916-01-01 - 1916-12-31
Vervaardiging periode[ca. 1916]
Onderwerppassagiersschip: Tjerimai[scheepsnaam, zeeschip, schip: Marie Woermann[scheepsnaam], algemeen: Wadai[scheepsnaam], Nederlandsch-Indië: Tjerimai[scheepsnaam]
PersoonstrefwoordReiherstieg Schiffswerft und Maschinenfabrik[scheepswerfnaam]; Currie & Company, J.[rederijnaam]; Rotterdamsche Lloyd[rederijnaam]; Rotterdamsche Lloyd[rederijnaam]
Objectcategoriescheepsmodellen
Techniekblokmodel
Formaat
vitrine lengte: 336.00 cm
vitrine breedte: 72.00 cm
vitrine hoogte: 141.00 cm
model lengte: 270.00 cm
model breedte: 35.00 cm
model hoogte: 94.00 cm
vitrine breedte: 72.00 cm
vitrine hoogte: 141.00 cm
model lengte: 270.00 cm
model breedte: 35.00 cm
model hoogte: 94.00 cm
StandplaatsNiet op zaal
English

































